Poker termen

Poker termen


We hebben hieronder een stortvloed aan pokertermen voor jullie klaargezet. Er zitten bijnamen van handen tussen zoals pocket azen die ook wel American Airlines genoemd worden, maar je komt er ook achter wat een bad beat betekent en wat er bedoeld wordt met antes. In de Pokeren.nl Kennisbank hebben we ook nog een aparte pagina geschreven over de bijnamen van pokerhanden. In de onderstaande lijst gaat het meer over pokertermen die veel aan de pokertafel worden gebruikt. Voor een aantal termen hebben we een eigen pagina gemaakt zoals de big blind ante en de bubble.

 

A
Azen - Een paar azen in de hand, de beste hand in Texas Hold'em. Ook bekend onder: American Airlines, Pocket Rockets, Bullets.
Actie (action) - De dingen die aan tafel gebeuren
Add-on - In sommige pokertoernooien mag men tijdens de pauze naast de eigen stapel chips, een eenmalige extra aanvulling kopen, een zogenaamde add-on. Niet te verwarren met re-buy.
Aggressive - Een manier van spelen waarbij de speler zijn handen hard speelt: hij zet in en verhoogt. Dit zegt niets over de sterkte van zijn handen. Tegenovergestelde van passive.

AK - Aas Koning. Lees ook: Drie tips voor het spelen van Aas Koning
Ante - Verplichte blinde inzet voor alle meedoende spelers voordat zij kaarten ontvangen hebben. Wordt veel gebruikt in de eindstadia van pokertoernooien om de pot te spekken en de stacks onder druk te zetten. Zie ook blind.
All-in - Alle chips van een speler gaan in de pot. Een all-in kan een bet, call of een raise zijn.

 

B
Backdoor - Zie runner.
Bad beat - Een speler heeft een situatie verloren waarin hij veruit favoriet was om te winnen.

Badugi - Een vorm van triple draw lowball met vier kaarten. De naam komt van oorsprong uit Korea en betekent 'Baller' 
Battle of the blinds - Als iedereen gefold heeft naar de small blind en big blind en deze twee spelers als enigen de hand gaan spelen.

Bankroll - Het geld wat pokerspelers gebruiken om poker te spelen

Bankroll Management - Het instellen van limieten die je kan spelen ten opzichte van de bankroll
BB - Aantal big blinds, maat om aan te geven hoe groot de bet of raise is. Zie big blind.
Bellybuster - Een inside straight draw
Bet - Inzetten, verhogen. De eerste inzet is een bet, latere verhogingen heten raise.
Bet the pot - Een inzet maken die even groot is als de pot op dat moment.
Big blind (grote blind, grote blinde inzet) - Blinde inzet ter waarde van 1 minimum inzet, die een speler verplicht moet inzetten voordat hij kaarten ontvangen heeft. Samen met de small blind start dit de biedronde. Zie ook small blind.
Big blind ante - De speler in de big blind moet de antes voor alle spelers aan tafel betalen. Het bedrag staat gelijk aan de big blind. De speler moet dus eigenlijk een dubbele big blind betalen.
Big Slick - een Hold'em-hand A-K. 
Bijkaart - Zie kicker.
Blank - Een kaart die jouw hand niet verbetert, of andermans hand niet helpt, een ongevaarlijke kaart.
Blind - Verplichte blinde inzet in sommige typen pokerspelen. Zie ook big blind, small blind en ante.
Bluffen - Mensen de indruk geven andere kaarten (betere of slechtere) te hebben dan men in werkelijkheid heeft, om de tegenstander(s) te laten folden, met als bedoeling de inzetten te winnen.
Board - De openliggende gemeenschapskaarten op tafel. 'Play the board', de speler gebruikt alle gemeenschapskaarten om zijn sterkste hand te maken.
Boat - Full house.

Bomb Pot - Wanneer iedereen blind limpt voor de flop. De flop wordt meteen omgedraaid en dan begint de eerste inzetronde pas.
Bottom pair - Een paar met de laagste kaart op de board. Bijvoorbeeld een 3-6-A op tafel en K-3 in de hand hebben.
Bounty - Een geldbonus voor het elimineren van bepaalde spelers in een pokertoernooi.

Bracelet - Bij de World Series of Poker en World Series of Poker Europe winnen spelers een speciale armband als trofee. 
Broadway - De hoogste straat mogelijk: A-K-Q-J-10. Zie ook wheel.
Bubble - De laatste onbetaalde plek in een pokertoernooi. Alle hogere plekken vallen in de prijzen.
Bubble boy - De bubble boy of girl is de laatste speler die voor het geld (prijzen) wordt uitgeschakeld.
Bullets - een Hold'em-hand A-A.
Burn(card) - De bovenste kaart van het dicht deck die 'verbrand' (blind weggelegd) wordt voor het draaien elke ronde gemeenschapskaarten. Dit voorkomt dat gemerkte kaarten zichtbaar zijn voordat ze op tafel komen.
Busted - Een draw die niet is gevallen omdat er een kaart te weinig kwam. Een busted straight bijvoorbeeld.
Button - Zie dealerbutton.
Button game - Pokerspel waarbij er geen vaste dealer is, maar een button aangeeft wie de deler is.
Button ante - De totale ante wordt betaald door de speler op de button. Bij 6 spelers of meer is de totale ante gelijk aan de big blind. Bij minder dan 6 spelers is de ante gelijk aan de small blind.
Buy-in - De hoeveelheid geld die men moet inleggen om aan een toernooi mee te kunnen doen, of de hoeveelheid geld die men aan chips kan kopen in een cash game.

 

C
Call - Mee gaan en de gevraagde inzet betalen, evenveel chips in de pot doen als vereist.
Calling station - Een zwakke, passieve speler die veel callt maar niet raiset.
Cap - Het maximaal aantal raises dat gedaan mag worden. Dit is meestal een regel in limit poker spellen, niet in No limit.
Card room - Plek waar je poker spelen kunt, hetzij in een gebouw, hetzij op een internet card room. Kort: Room.
Card protector - Een chip of een kleine mascotte die een speler op zijn kaarten kan leggen om te voorkomen dat ze per ongeluk in de muck belanden.
Cash game - Pokerspel waar de chips een geldwaarde vertegenwoordigen, in tegenstelling tot een pokertoernooi waar dit niet het geval is.
Check - Niets doen, je beurt voorbij laten gaan en afwachten wat de spelers achter je doen, alleen mogelijk zonder aanwezige bets.
Checkraise - Eerst checken en daarna eventuele bets verhogen.
Chips - Poker fiches.
Chipleader - De persoon met de meeste chips in een pokertoernooi. In een cash-game heeft men het over de persoon met de grootste stack.
Chip tricks - Trucjes doen met chips.
Coinflip - Pre-flop all-in situatie waarbij twee spelers allebei bijna 50% kans hebben om te winnen. Dit komt meestal voor als één speler een paar heeft en de ander twee hoger kaarten (overcards). Ook race genoemd.
Cold call - Een bet en één of meer verhogingen' in één keer callen.
Cold deck - Het deck is 'gestoken'. Uitdrukking die een speler maakt als hij een goede hand verliest omdat er precies de verkeerde kaarten vallen, of tegen een speler met een nog betere hand zit. 'I've been cold decked'.
Committed - Zie Pot committed
Community card (poker) - Zie Gemeenschapskaart poker.
Connector - Een Hold'em hand met twee aansluitende kaarten. Men heeft hiermee kans op een straight. Zie ook suited connector.

Continuation Bet - Ook wel C-bet, is op de flop (en/of later) inzetten als jij de preflop aggressor bent.
Counterfeited - In gemeenschapskaartpoker, als de hand van een speler weinig meer waard is doordat er betere kaarten op tafel vallen. Bijvoorbeeld: hand 7-7, board: Q-Q-J-J. Het paar zevens is nu counterfeited (vervalst).
Cowboys - een Hold'em-hand K-K.
Cut card - Ondoorzichtige kaart zonder waarde, gebruikt om de onderkant van het deck af te schermen tijdens het delen.
Cut-off: de positie rechts van de Dealer Button

 

D
Dark, in the dark - Een actie doen zonder dat je je eigen blinde kaarten gezien hebt. 'Ik call in de dark'.
Dealer - De vaste (betaalde) deler in het casino of elders. In een button game de speler met de dealerbutton
Dealerbutton - Rond, meestal wit schijfje dat in een button game aangeeft wie deze hand de deler is.
Dealerfout (Dealer error) - De deler maakt bij het delen van de handkaarten of gemeenschapskaarten een fout
Deck - Een stok kaarten.
Deuce - Casino term voor 'two' (twee, 2).

Deuce to Seven Lowball - Een Five Card Draw variant waarbij je probeert de laagste combinatie te krijgen.
Dog - Zie underdog.

Donkey - Slechte speler - zie ook Vis
Dominated - Als een hand van een speler weinig kans heeft omdat iemand anders eenzelfde hand heeft met een betere kicker.

Double Barrel - Op zowel de flop als turn betten.
Double bellybuster - Dubbele inside straight draw
Double gutshot - Dubbele inside straight draw

Downswing - Wanneer je langere tijd geen cash maakt in toernooien, of meerdere buy-ins met cash games hebt verloren.
Draw - Op een draw zitten, kaarten nodig hebben om de hand te verbeteren. Zie flush draw en straight draw.
Drawing dead - Een speler heeft geen kans meer om de hand te winnen, zelfs al zou zijn hand nog verbeteren.
Drawing hand - Een hand met een straightdraw en/of flushdraw als mogelijkheden.
Dubbele inside straight draw - Een inside straight draw waarbij men met twee kaarten de straight kan maken. Bijvoorbeeld als men 10-8-7-6-4 heeft, brengt elke 9 een straat en elke 5. Men heeft nu evenveel kans als een Open-ended straight draw.
Ducks - pocket tweeën, 2/2 om mee te beginnen.

 

E
Edge - Een 'edge' hebben betekent beter zijn dan een andere speler of spelers.

Equity - Percentage van de tijd dat je hand de pot gaat winnen

Equity denial - Wanneer je een speler laat voorkomen zijn equity te laten realiseren door een bepaalde hand te laten folden voor een showdown
Etiquette - Geheel van ongeschreven regels die het poker spel in goede banen laat lopen, zodat er geen geschillen ontstaan over geldzaken. Lees ook: Ergernissen aan de pokertafel

EV - Expected Value - Ook wel verwachte waarde. 

 

F
Family pot - Als alle spelers gecalld hebben en meedoen met de hand.
Favorite (favoriet) - Situatie waarin een speler volgens de kansrekening de meeste kans heeft om de hand te winnen. Tegenovergestelde van underdog.

Feeler Bet - Een kleine bet die de kracht van de andere spelers hand test. Werd vroeger veel gebruikt. Nu alleen door vissen.
Ferket - Een paar vieren, genoemd naar volleybalspeler Martin Ferket met rugnummer 44.
Five of a kind - Pokerhand die alleen mogelijk is als gebruik wordt gemaakt van meerdere decks of een joker. De hand bestaat uit 5 kaarten van dezelfde waarde, bijvoorbeeld K♠ K♥ K♦ K♣Joker. De five of a kind verslaat de Royal Flush.
Fish - Slechte speler, verliezende speler. 

Five Card Draw - Een variant van poker met vijf kaarten waarbij spelers kaarten kunnen ruilen.

Flat(call) - Wanneer iemand een call maakt met een hand die eigenlijk geraised kan worden.

Float - Wanneer een speler een bet called met de intentie om op een latere straat te bluffen.
Flop - De eerste 3 gemeenschapskaarten op tafel in Hold'em. Ook als werkwoord: 'Ik flop een straat' (ik krijg een straat op de flop).
Flush - Pokerhand bestaande uit vijf willekeurige kaarten van dezelfde soort, bijvoorbeeld Q♠ J♠ 8♠ 6♠ 3♠: een schoppenflush, vrouw hoog.
Flushdraw - Een 'drawing' hand waarbij 1 of meer kaarten nodig zijn voor een flush.
Fold (folden) - Passen, je hand weggooien. Men verliest hierbij de kans om de pot te winnen.

Fold Equity - De waarschijnlijkheid dat een tegenstander fold. De kleiner een stack wordt, hoe minder fold equity hij heeft.
Four of a kind - Pokerhand bestaande uit vier kaarten met dezelfde waarde. Bijvoorbeeld: 5♣ 5♦ 5♥ 5♠ 9♥. Ook wel carré of quads genoemd.
Free card (gratis kaart) - Als een of meer speler checken er niet betaald hoeft te worden om een volgende kaart te zien.
Freeroll - Een pokertoernooi zonder buy-in, meestal als reclame.
Freeze-out - Een vorm van pokertoernooi waarbij men zich maar één keer kan inkopen, zonder de kans op een re-buy of add-on. De meest voorkomende vorm van toernooien.
Full boat - Full house.
Full house - Pokerhand bestaande uit drie kaarten van dezelfde waarde, gecombineerd met twee kaarten van een andere dezelfde waarde. Bijvoorbeeld: 8♣ 8♦ 8♠ K♥ K♠'. Ook wel boat of full boat genoemd.

 

G

Game Theory Optimal - Afgekort GTO - De speelstijl waarin je op de lange termijn unexploitable bent.
Gemeenschapskaart poker - Poker spel waarbij iedereen naast eigen kaarten, ook gebruik kan maken van een of meer openliggende algemene kaarten.
Gemerkte kaart - Een kaart die gemerkt is, door een beschadiging, pennestreek of anderszins, zodat men aan de achterkant kan zien welke waarde de kaart vertegenwoordigt. Zie burn.
Going South - Je 'gaat naar het zuiden' als je in een cashgame een deel van je chips van de tafel neemt, zodat je deze niet meer kunt verliezen. Dit is verboden aangezien de andere spelers nu hun geld niet de mogelijkheid krijgen deze terug te winnen.

Grinder - Iemand die meerdere uren per dag pokert (online of live) en beetje bij beetje winst maakt.
Gutshot (straight draw) - Een inside straight draw.

 

H

Hand voor hand - Net voor de bubble of finaletafel spelen pokerspelers in een toernooi hand voor hand. 

Hand Rankings - De waarde van elke pokerhand. 
Heads-up - Als (nog maar) twee pokerspelers aan tafel zitten te spelen.

Heater - Wanneer iemand meerdere toernooien/cash game sessies achter elkaar wint. 

Hero Call - Een call maken met een middelmatige of slechte hand, omdat je het gevoel hebt dat de tegenstander bluft.
High (card) - Zie hoog.

Hijack - De speler die twee plekken rechts van de Button zit
Hit - Als één van de outs van een speler valt en hij zijn hand verbetert.
Hold'em - Term voor 'Hold'em' poker spellen, zoals Texas Hold'em en Omaha Hold'em, hoewel meestal alleen Texas Hold 'em bedoeld wordt.
Hole (in the hole): zie pocket cards

Home Game - Een online of live toernooi gelimiteerd tot vriendenkring, pokergroep, of uitgenodige mensen.
Hoog - Een pokerhand zonder zelfs een paar wordt in sterkte berekend door de hoogste kaart die een speler heeft, in het geval van een koning is dat 'koning hoog'. Een straight, een flush of straight flush worden ook op die manier in sterkte berekend in het geval dat de tegenstander ook eenzelfde hand heeft. 'Ik heb een flush, vrouw hoog'. Ook bekend als high of high card.

H.O.R.S.E. - Een variant van poker, waarin elke orbit een ander type spel wordt gespeeld.

HUD - Afkorting voor Heads Up Display. Wordt veel gebruikt bij online poker om statistieken voor jezelf en tegenstanders bij te houden. Lees ook onze review over Hold'em Manager 3 en PokerTracker 4

 

I

ICM - Afkorting voor Independent Chip Model, de theorie achter ICM zit hem in de gedachte dat chips diep in een toernooi daadwerkelijk geld 'waard worden'. ICM is ook van toepassing net voor het breken van de Bubble. Er kunnen ook deals worden gesloten met ICM.

Implied Odds - De verwachte extra waarde die je krijgt van je tegenstander als je jouw draw hit.
Inside straight draw - Een straight draw waarbij maar één kaartwaarde de straight brengt. Bijvoorbeeld als men 6-7-8-10 heeft, brengt alleen een 9 een straight. Men heeft dan vier negens in het deck om de straight te krijgen. Zie ook Open-ended straight draw en Dubbele inside straight draw.

ITM - Afkorting voor In the Money

 

J

Jam - All-in gaan
JJ - Een paar boeren in de hand. Ook bekend als: Fishhooks (vishaken), hooks, jacks.
Joker - Een joker is een kaart die als alle kaarten kan fungeren. Indien afgesproken, kunnen ook normale kaarten als joker fungeren. Zie ook Wild (card).

 

K
Kicker - Bijkaart, die als twee of meer spelers dezelfde pokerhand hebben telt als beslissende factor. Bijvoorbeeld, een paar vrouwen met een 10 als kicker.
KK - Een paar koningen in de hand, na AA de best mogelijke hand in Texas Hold'em. Ook bekend als: Cowboys.

Knockout - Een type toernooi dat spelers een gedeelte van de prijzenpot geeft als ze iemand uitschakelen in het toernooi. Zie ook: Progressive Bounty

KOA - Kansspelen op Afstand

 

L
Laydown - Een (moeilijke) fold van een hand. 'Goede laydown'.
Limit (limiet) poker - Een pokerspel waarbij de inzetstructuur vast ligt, bets en raises hebben een afgesproken waarde. Vaak wordt ook een cap gebruikt in sommige of alle inzetronden bij limit poker.
Limp (limpen) - Zie call.
Live hand - Een geldige hand die meedoet in het spel en nog steeds kan winnen.
Live cards - Kaarten in de hand van een speler, die als ze komen op tafel de hand winnend maken.

LoJack - De speler die drie plekken rechts van de Button zit.
Loose - Speelstijl waarbij een speler 'los' speelt, hij speelt veel handen, waaronder minder sterke handen. Tegenovergestelde van tight.

 

M

M - Aantal chips/kosten blinds en antes van één orbit. Dan Harrington maakte veel gebruik van deze term in zijn boeken 'Harrington on Hold'em'. Bij een M van vijf of minder ben je short-stacked en moet je actie ondernemen.

Markup - Het verschil tussen de werkelijke inleg en de waarde waarvoor het wordt verkocht.
Main pot - Het eerste deel van de pot, afgepast op het bedrag dat de all-in speler kan winnen met de kleinste stapel. Het restant dat all-in speler niet kan betalen, plus alle toekomstige inzetten van de resterende spelers met chips komen in de side-pot(ten). Zie ook sidepot.

Minraise - De minimale hoeveelheid raisen
Middle-pair - Een paar met de middelste kaart op de flop. Ook second pair genoemd.
In the money - Vanaf een bepaalde positie in de rangschikking van een pokertornooi ontvang je een prijs. Je bent in the money.

Moneymaker Effect - Nadat Chris Moneymaker het World Series of Poker Main Event van 2003 had gewonnen, door zich in eerste instantie via een satellite te plaatsen, gingen ontzettend veel mensen poker spelen. Wordt ook wel Pokerboom genoemd.
Monster - Een bijna onverslaanbare hand.

MTT - Multi Table Tournament.
Muck - De stapel weggegooide kaarten (gefolde kaarten en burnkaarten). Ook als werkwoord: ik muck = ik fold.

Multiway Pot - Een hand waarin meerdere spelers naar de flop gaan.

 

N

Needle - Iemand beschimpen in de hoop dat hij of zij op tilt raakt

Nit - Iemand die (veel te) tight speelt.
No limit - No limit poker is poker waarbij geen limiet aan de hoogte van inzetten of verhogingen is gesteld. Op elk moment kan een speler al zijn chips als inzet gebruiken (all-in). No Limit Hold'em is de bekendste vorm van No limit poker.
No limit hold'em - No limit Texas Hold'em, Texas Hold'em zonder inzetlimiet.

Nosebleed Stakes - De hoogste stakes waarin wordt gepokerd. Voorbeeld zijn de cash games bij de Triton Super High Roller Series
Nuts, de - De nuts is de best mogelijke pokerhand gegeven de gemeenschapskaarten op tafel.

 

O
Off-suit - Van verschillende soort. Tegenovergestelde van suited.
Omaha High - Omaha Hold'em waarbij alleen de hoogste hand de pot kan winnen.
Omaha (Hold'em) - Poker spel waarbij men 4 handkaarten krijgt alsmede 5 gemeenschapskaarten. Van de 4 handkaarten moeten er precies twee gebruikt worden. Zie ook Omaha High
One pair - zie Paar.
Open(en) - Als eerste een bet doen.
Open-ended straight draw - Een draw waarbij men aan twee kanten de straat kan krijgen, bijvoorbeeld als men 6-7-8-9 al heeft, geeft elke 5 en elke 10 een straight. Dat zijn in totaal acht kaarten in het deck: vier 5'en en vier 10'en. Zie ook Inside straight draw.
Outs - Kaarten die de hand van de speler verbeteren, meestal tot een winnende hand. Ook wins genoemd.
Overbet - Een (te) grote bet maken in verhouding tot de grootte van de pot.
Overcard - Een kaart hoger dan de hoogste gemeenschapskaart op tafel.
Overpair - Een paar hoger de hoogste gemeenschapskaart op tafel.
Over the top - Het raisen van een bet of re-raisen van een raise.
Overplay (overspelen) - De hand te hard spelen en meestal daarna verliezen.

 

P
Paar - Pokerhand bestaande uit twee kaarten van dezelfde waarde. Bijvoorbeeld: 9♥ 9♠ A♣ J♠ 4♥

Paired Board - Wanneer er op de flop een paar ligt. Lees ook: Paired Boards in positie
Passen - Zie folden.
Passive - Passief. De speler speelt de handen niet hard: hij/zij callt veel, verhoogt weinig. Zie ook aggressive.
PartyPoker - Een bekende grote online card room.
Pocket cards - Blinde kaarten die een speler in de hand heeft en alleen zelf kan gebruiken. Ook wel Pocket kaarten, in de pocket, hole cards, in the hole. Tegenovergestelde van gemeenschapskaarten.
Poker - Zie Five of a kind.
Pokerface - Een emotieloos gezicht om de tegenstanders geen aanwijzingen te geven over de kaarten en speelwijze (vergelijk tell).
Pokerhand - De beste combinatie van vijf kaarten die een speler kan maken met zijn pocket kaarten en eventuele gemeenschapskaarten. Zie: Pokerhanden.
PokerStars - De grootste online pokersite.
Pokertoernooi - Vorm van poker waarbij spelers zich voor een bepaald bedrag inkopen (buy-in) en hiervoor een vast aantal toernooipunten in chips ontvangt. Men wordt verdeeld over meerdere tafels en door eliminatie wordt het deelnemersveld steeds kleiner. Door steeds hoger wordende blinds en antes neemt de druk om te spelen bij alle spelers toe. In de prijzen valt men als men bij de laatste 10-15% van het aantal spelers is gekomen. De uitbetalings structuur is 'top heavy', wat wil zeggen dat de spelers die het hoogst eindigen een relatief groot percentage van het prijzengeld winnen. Zie ook cash game.
Pot - Het totaal aan geld of fiches dat is ingezet door de spelers. Ook in 'ik raise de pot': ik raise met de grootte van de pot.
Pot-committed - De pot is zo groot in verhouding met de resterende chips dat men wel haast moet meegaan in de hand.
Pot-limit - Inzetstructuur van bepaalde pokerspellen. Het inzetmaximum wordt bepaald aan de hand van de grootte van de pot. De blinde inzetten initiëren het spel, daarna moet de eerstvolgende verhoging minimaal de grote blinde inzetten als verhoging en maximaal de pot. Zie ook limit, no limit, spread limit.

Pot Limit Omaha - Een vorm van Omaha. Spelers krijgen vier kaarten in de hand en moeten daar twee van gebruiken.
Premium hand - Top handen: AA, KK, QQ, JJ, AK, soms ook TT.

Probe bet - De betting lead overnemen uit positie (meestal nadat de tegenstander behind heeft gecheckt de straat hiervoor) 

Progressive Bounty - Een versie van een bountytoernooi. In een PKO wordt 50% van een gewonnen bounty bij jouw eigen bounty opgeteld. De andere 50% ontvang je meteen op jouw roll.

 

Q
QQ - Een paar vrouwen in de hand, na AA en KK de best mogelijke hand in Texas Hold'em. Ook bekend als: Ladies.
Quads - zie four of a kind

 

R
Rabbit hunten - Nadat de hand is afgelopen, kaarten van het deck omdraaien om te kijken wat er gevallen zou zijn. Meestal verboden in casino's.
Race - Zie coinflip.
Rainbow (regenboog) - Een flop met 3 kaarten van verschillende soorten. De kans op een mogelijke flush is hierbij klein.
Raise - De laatst gedane inzet verhogen. Een raise moet qua grootte minimaal de laatste verhoging bedragen.

Range - Het aantal handen wat iemand bij een bepaalde actie kan hebben.
Rebuy - Het opnieuw inkopen in een pokertoernooi. Zie ook Re-load en add-on.
Re-load - Het opnieuw inkopen in een cash-game.
Re-raise - De laatste raise opnieuw verhogen.
Read - Een aanwijzing hebben over de handsterkte van een speler door een tell. Zie Tell.
Represent (representeren) - Een hand zo spelen alsof het lijkt dat je een specifieke hand hebt. Zie ook bluf.
River - De laatste (vijfde) community card in een Hold'em spel. Ook als werkwoord: Ik heb een straat geriverd (een straat gehaald) of ik ben geriverd (ik heb verloren op de river).
Riverboat - De raderboten op de Mississippi waar vroeger gepokerd mocht worden.

ROI: Afkorting van Return on Investment. Als je een ROI hebt van 40%, betekent dit dat voor elke $1 die je speelt je er $1,40 voor terug krijgt.
Room - Zie card room.
Royal flush (Royal straight flush) - De hoogst mogelijke pokerhand in een 1-decks spel. Vijf opeenvolgende kaarten van dezelfde soort, met de aas als hoogste kaart. Bijvoorbeeld: A♠ K♠ Q♠ J♠ 10♠. Ook kort: Royal.
Runner (of runner runner) - Een speler heeft 2 perfecte kaarten nodig voor het behalen van zijn hand, bijvoorbeeld 2 harten kaarten voor een harten flush, of 2 kaarten voor een straat. Als in 'runner flush', 'runner runner straight'. Ook wel running flush, running straight of backdoor straight of flush geheten.
Running flush - Bij een gemeenschapskaart poker spel vallen achter elkaar 2 kaarten van dezelfde soort, zodat een speler een flush haalt. Ook bekend als backdoor flush, runner runner flush.
Running straight - Bij een gemeenschapskaart poker spel vallen achter elkaar 2 kaarten, zodat een speler een straat haalt. Ook bekend als backdoor straight, runner runner straight.

 

S

Satellite - Een toernooi met een lagere buy-in met als doel je te plaatsen voor een hogere buy-in.
Scare card - Een kaart die een speler niet wil zien vallen omdat hij hierdoor mogelijk de hand verliest.
Second nut (tweede nuts) - De op één na hoogst mogelijke pokerhand in combinatie met de gemeenschapskaarten. Zie ook nuts.
Second pair - Zie middle pair.
See (zien) - Call.
Semi-bluff - Een bluf (raise of bet) met een drawing hand. De speler heeft nog niets, maar kan zijn hand verbeteren.
Set - Three of a kind. Bij een Hold'em spel, bedoelt men met een set een three of a kind bestaande uit 2 handkaarten en 1 gemeenschapskaart. Zie ook trips.

Setminen - Proberen met je lage en medium pocketpairs, zo goedkoop mogelijk een set proberen te hitten.
Shark - Professionele speler, de beste speler aan tafel.
Shootout - Een toernooivorm waarin een speler telkens iedereen aan zijn speeltafel moet verslaan voor hij doorgaat naar een volgende tafel, waaraan hij spelers ontmoet die ook allemaal eerst hun vorige tafel volledig moesten verslaan. In een regulier toernooi worden tafels gaandeweg gelijkmatig aangevuld met nieuwe spelers naarmate anderen afvallen. In een shootout niet.
Shotclock - Een timer die aangeeft hoeveel tijd je nog hebt om een beslissing te maken

Short Deck - Een variant van Texas Hold'em waarbij de 2 t/m 5 uit het deck zijn gehaald. 
Short stack - Een kleine stack hebben in verhouding tot de rest van de spelers. 'Aan het eind van het toernooi ben ik short stacked geraakt.
Showdown - Het moment na de laatste biedronde waarop de spelers de kaarten moeten laten zien om de pot te kunnen winnen.
Side-pot - Het deel van de pot waar de inzetten in komen van de spelers die nog chips hebben. Er kunnen meerdere side-potten ontstaan tijdens een hand als er meer dan één speler all-in gaat.

Sit & Go - Een Freeze-out toernooi met 1 tafel.
Slow play - Een zeer sterke hand rustig spelen, met de bedoeling de handsterkte te verbergen, zodat men op een later moment in de hand een grotere kans hebt dat een verhoging gecalld zal worden.
Small blind (kleine blind, kleine blinde inzet) - Blinde inzet ter waarde van (meestal) een halve minimum inzet. Naast de small blind is er ook een big blind. Zie blind
Smooth call - Slechts een call met een zeer sterke hand doen.

Snapcall - Een razendsnelle call.
Snowmen - pocket achten, 8/8 om mee te beginnen.
Split pot - De pot wordt gedeeld omdat een of meer spelers een zelfe handsterkte hebben na de laatste biedronde.
Splashing the pot - De chips hard in de pot gooien. Speler kunnen nu niet controleren welke inzet is gedaan. Zie etiquette.
Spread limit - Inzetstructuur van bepaalde pokerspellen: de maximale inzet bedraagt een aantal maal de grote inzet, waardoor deze pokervorm tussen limit en no limit komt te staan.

Squeeze Play - Een raiser met een aantal callers isoleren met een Raise.
Stack - Je stapel chips, het aantal punten of geld dat een speler op tafel heeft staan en inzetbaar is.
Stars - Zie PokerStars.
Steal (stelen) - Een bet doen met een niet zo sterke hand om de pot of de blinds op te pakken.
Steamen - Oververhit, gestresseerd geraken van spelers waardoor ze sneller domme, foute beslissingen maken zoals een zeer hoge bluf.
Straat - Zie straight.

Straddle - Iemand die zonder zijn kaarten te hebben gezien, de Big Blind met minimale inzet verhoogd. Dit kan vanaf elke positie.
Straight - Vijf opeenvolgende kaarten, bijvoorbeeld 8-9-10-J-Q.
Straight draw - Een draw hand, waarbij men kans heeft op het krijgen van een straight.
Straight flush - Vijf opeenvolgende kaarten van dezelfde soort, bijvoorbeeld Q♦ J♦ 10♦ 9♦ 8♦
String bet, string raise - Chips inzetten als verhoging en dan even later nog wat chips bijzetten. Op deze manier zou men reacties van spelers kunnen aflezen en extra verhogen. Ook het aankondigen van 'ik call, en ik raise' is een string bet. Zie etiquette.

Strip Poker - Een vorm van poker waarin kledingstukken de inzetwaardes zijn. Populair als Partygame onder jongeren.
Suck-out - Je deelt een suck-out uit als je als big underdog (zie underdog) toch nog weet te winnen, louter op geluk.
Suited - Kaarten van dezelfde soort, bijvoorbeeld K♥ 10♥
Suited connector - Een Hold'em hand met twee opeenvolgende kaarten van dezelfde soort. Bijvoorbeeld J♠ 10♠. Men heeft hiermee kans op zowel een straight als een flush. 
Swing - Een up- of downswing, of het de laatste tijd financieel goed of slecht gaat met de pokerspeler.

 

T
Table image - Het imago van een speler aan tafel, gevormd uit eerder gedrag van een speler. Een speler kan door roekeloos spel als loose te boek staan, of als hij voorzichtig is als tight.
Tell - Een merkbare verandering in het gedrag of houding van een speler die een aanwijzing geeft over de pokerhand (kaarten) die de speler heeft. Bijvoorbeeld: veranderingen in lichaamshouding, bewegingen met de fiches, stemveranderingen, gezichtsuitdrukkingen. Vergelijk pokerface.

Texas Hold'em No-Limit - De meest gespeelde pokervariant ter wereld.
Three of a kind - Pokerhand bestaande uit drie kaarten van dezelfde waarde. Bijvoorbeeld: 7♣ 7♥ 7♠ K♦ 2♠. Ook wel trips of set genoemd.
Tight - Een manier van spelen waarbij men weinig en voorzichtig speelt, men speelt alleen premium hands.
Tilt, op tilt - Een speler die roekeloos begint te spelen, bijvoorbeeld omdat hij ontstemd is door een bad beat.
Top kicker - De hoogste bijkaart hebben. Zie kicker.
Top pair - Een paar met de hoogste gemeenschapskaart op tafel.
Top set - Een three of a kind met de hoogste gemeenschapskaart op tafel.
Trey - Casino term voor 'three' (drie, 3).
Trips - Three of a kind. Bij een Hold'em spel, bedoelt men met trips een three of a kind bestaande uit 1 handkaart en 2 gemeenschapskaarten. Zie ook set.
Turn - De vierde gemeenschapskaart in een Hold'em spel. Ook als werkwoord: 'Ik turnde een straight', ik kreeg een straight op de turn.
Twee paar - Pokerhand bestaande uit twee kaarten van gelijke waarde, gecombineerd met een paar kaarten van een andere gelijke waarde. Bijvoorbeeld: A♣ A♦ 8♥ 8♠ Q♠.
Two pair - Zie Twee paar.

 

U
Underdog - De speler is volgens kansberekening niet favoriet om deze hand te winnen. Ook dog geheten. 'He's a big dog in this hand'.
Underplay - Te weinig inzetten op een goede hand. Zie ook overplay.
Under the gun (UTG) - Deze speler zit links van de blinds en is voor de flop als eerste aan de beurt.
Up - Twee paar: een kleiner paar naast je aangekondigde paar. 'Aces up': een paar azen met nog een kleiner paar.

 

V

Value Bet - Een bet die je maakt met je goede handen, met als doel zoveel mogelijk geld in de pot te krijgen.
Variance - Het verschillen tussen wat je verwacht te winnen en wat je werkelijk wint.

Vis - Zo worden slechte spelers aan tafel ook wel genoemd

 

W
Wheel (wiel) - De laagste straight mogelijk: A-2-3-4-5. Ook bicycle genoemd. Zie ook broadway.

Wheel draw - Als een speler kans maakt op een A-2-3-4-5 straat.
Wild (card) - Een bepaalde kaartsoort is 'wild', dat wil zeggen fungeert als joker. Bijvoorbeeld 'deuces wild', hierbij zijn alle tweeën 'wild', en kunnen gebruikt worden voor het maken van een straight of flush.

 

Z
Zetten - Zie bet.



Pokeren.nl Poker Series

 

Doe mee en win een plek in Team Pokeren.nl