Naar de inhoud
18+Wat kost gokken jou? Stop op tijd. Discord Contact
Poker Nieuws

Pokeren.nl Academy – Pokertermen: S

shutterstock 101012113 v12

Een aantal weken geleden zijn we op Pokeren.nl begonnen met het nader toelichten van de meest gebruikte pokertermen. Op alfabetische volgorde, plaatsen we per letter de bekendste termen en vertellen we je wat de term inhoudt. Vooral voor minder ervaren spelers zullen er veel termen bij zitten die misschien nog niet helemaal duidelijk waren. Vandaag de beurt aan de letter S. Vooral tijdens live toernooi zul je vaker van dit soort pokertermen tegen komen dus het kan zeker geen kwaad om je er een beetje in te verdiepen.

Scare card - Een kaart die een speler niet wil zien vallen omdat hij hierdoor mogelijk de hand verliest.
Second nut (tweede nuts) - De op één na hoogst mogelijke pokerhand in combinatie met de gemeenschapskaarten. Zie ook nuts.
Second pair - Zie middle pair.
See (zien) - Call.
Semi-bluff - Een bluf (raise of bet) met een drawing hand. De speler heeft nog niets, maar kan zijn hand verbeteren.
Set - Three of a kind. Bij een Hold'em spel, bedoelt men met een set een three of a kind bestaande uit 2 handkaarten en 1 gemeenschapskaart. Zie ook trips.
Shark - Professionele speler, de beste speler aan tafel.
Shootout - Een toernooivorm waarin een speler telkens iedereen aan zijn speeltafel moet verslaan voor hij doorgaat naar een volgende tafel, waaraan hij spelers ontmoet die ook allemaal eerst hun vorige tafel volledig moesten verslaan. In een regulier toernooi worden tafels gaandeweg gelijkmatig aangevuld met nieuwe spelers naar mate anderen afvallen. In een shootout niet.
Short stack - Een kleine stack hebben in verhouding tot de rest van de spelers. 'Aan het eind van het toernooi ben ik short stacked geraakt.
Showdown - Het moment na de laatste biedronde waarop de spelers de kaarten moeten laten zien om de pot te kunnen winnen.
Side-pot - Het deel van de pot waar de inzetten in komen van de spelers die nog chips hebben. Er kunnen meerdere side-potten ontstaan tijdens een hand als er meer dan één speler all-in gaat.
Slow play - Een zeer sterke hand rustig spelen, met de bedoeling de handsterkte te verbergen, zodat men op een later moment in de hand een grotere kans hebt dat een verhoging gecalld zal worden.
Small blind (kleine blind, kleine blinde inzet) - Blinde inzet ter waarde van (meestal) een halve minimum inzet. Naast de small blind is er ook een big blind. Zie blind
Smooth call - Slechts een call met een zeer sterke hand doen.
Snowmen - pocket achten, 8/8 om mee te beginnen.
Split pot - De pot wordt gedeeld omdat een of meer spelers een zelfe handsterkte hebben na de laatste biedronde.
Splashing the pot - De chips hard in de pot gooien. Speler kunnen nu niet controleren welke inzet is gedaan. Zie etiquette.
Spread limit - Inzetstructuur van bepaalde pokerspellen: de maximale inzet bedraagt een aantal maal de grote inzet, waardoor deze pokervorm tussen limit en no limit komt te staan.
Stack - Je stapel chips, het aantal punten of geld dat een speler op tafel heeft staan en inzetbaar is.
Stars - Zie PokerStars.
Steal (stelen) - Een bet doen met een niet zo sterke hand om de pot of de blinds op te pakken.
Steamen - Oververhit, gestresseerd geraken van spelers waardoor ze sneller domme, foute beslissingen maken zoals een zeer hoge bluf.
Straat - Zie straight.
Straight - Vijf opeenvolgende kaarten, bijvoorbeeld 8-9-10-J-Q.
Straight draw - Een draw hand, waarbij men kans heeft op het krijgen van een straight.
Straight flush - Vijf opeenvolgende kaarten van dezelfde soort, bijvoorbeeld Q♦ J♦ 10♦ 9♦ 8♦
String bet, string raise - Chips inzetten als verhoging en dan even later nog wat chips bijzetten. Op deze manier zou men reacties van spelers kunnen aflezen en extra verhogen. Ook het aankondigen van 'ik call, en ik raise' is een string bet. Zie etiquette.
Suck-out - Je deelt een suck-out uit als je als big underdog (zie underdog) toch nog weet te winnen, louter op geluk.
Suited - Kaarten van dezelfde soort, bijvoorbeeld K♥ 10♥
Suited connector - Een Hold'em hand met twee opeenvolgende kaarten van dezelfde soort. Bijvoorbeeld J♠ 10♠. Men heeft hiermee kans op zowel een straight als een flush.
Swing - Een up- of downswing, of het de laatste tijd financieel goed of slecht gaat met de pokerspeler.

Geschreven doorRedactie